logo logo

Historie

Op de plaats van het huidige kerkgebouw op Krommeniedijk hebben in ieder geval drie andere godshuizen gestaan:
* een kapel (ergens tussen 1296 en 1520),
* een grote kerk (die tijdens de Spaanse troebel in 1574 is verwoest), en
* een kerk die daarna - wellicht gedeeltelijk met gebruik van de restanten van de grote kerk - is herbouwd en in 1754 is gesloopt ter vervanging van het huidige kerkgebouw.


De eerste kerk

Over de eerste kerk, of kapel, is weinig meer bekend dan wat er in een document uit 1461 staat: 'Matthijs Dirksz., seepzieder, aen Heer Hendrik of de Capeldienaar heeft gemaekt een gedeelte van de renten van een stuk lants (...), ten delen aan de Capelle van Crommeniedijk, ten delen aen den Priester en ten delen aen den armen besproken hebben (...). Dit geschiede int Jaer ons Heren Duizent vier hondert, een en sestig (...).'

Deze kapel die gewijd was aan Sint Petrus Banden stond waarschijnlijk vanaf de eerste helft van de vijftiende eeuw op de plaats van het huidige kerkgebouw. Men had aanvankelijk geen eigen priester, want in 1472 wordt vermeld dat de kapelaan uit Uitgeest op zon- en feestdagen de Heilige Mis las in de kapel van Krommeniedijk.

Voor de bouw van de kapel op de Crommeyerdyck bezochten de bewoners daarvan de kerk in Uitgeest. Dat was een flinke reis door weer en wind. Eerst de oversteek over het water van de Cromme Ye, dat toentertijd ongeveer 200 meter breed was, naar het verlengde van de Aagtendijk, nu de Lagendijk. Vervolgens een voettocht over die dijk, die in regenachtige tijden behoorlijk modderig kon zijn, naar de kerk in Uitgeest. Dat Krommeniedijk meer gericht was op Uitgeest dan op Krommenie blijkt uit het feit dat toen de Sint Nicolaaskapel in Krommenie zich in 1400 afscheidde van de moederkerk in Uitgeest, Krommeniedijk onder de parochie Uitgeest bleef vallen. Uit deze tijd (26 juni 1463) stamt ook een document waarin sprake is van 'twee sluysen tot Wtgeest, die ene gelegen in Cromeniersdijck ende die andre bij de molen tot Wtgeest voersegt, welke sluysen tot dese dage toe bewonden hebben die kerckmeysters aldaer, ter kercke behoef.' De kerkmeesters uit Uitgeest bezaten dus de visrechten bij de sluis te Krommeniedijk.


De tweede kerk

De kapel is - vermoedelijk in de zestiende eeuw - vervangen door een grotere kerk, die de oppervlakte van de huidige kerk inclusief de begraafplaats innam. Hier predikte pastoor Cornelis Pieterszoon reeds vanaf 1520 zijn 'hervormde' geloof. Lang heeft de grote kerk niet mogen bestaan, want tijdens de Tachtigjarige Oorlog is deze verwoest door de Spanjaarden (veelal Duitse en Waalse huurlingen).

Het waterrijke gebied, dat doorgaans moeilijk toegankelijk was voor een legermacht, was door aanhoudende vorst bevroren. Daar hadden de Spaanse officieren op gerekend. Volgens de overlevering hadden zij wel vierhonderd ijssleden laten vervaardigen, en ze lieten hun paarden met scherp beslaan. Op 19 februari 1574, om half zes 's ochtends, rukte ongeveer 500 man vanuit Assendelft over het ijs op, om de in Krommeniedijk aangebrachte schans te nemen. De Krommeniedijkers verweerden zich uit alle macht, onder aanvoering van hopman Aecker van Edam, en probeerden een verzoek om hulp naar de inwoners van Krommenie te sturen, maar inmiddels naderde er nog zo'n 600 Spanjaarden vanuit Uitgeest. De strijd duurde drie uur. Toen bezweek Krommeniedijk onder de overmacht en moesten de overlevenden toezien hoe de vijand de kerk en huizen verbrandde en ten aanval optrok naar Krommenie.

Krommeniedijk

Detail van een kaart uit 1575, gemaakt door Joost Janszoon Beeldsnijder.

Beeldsnijder had de kaart vervaardigd in opdracht van de Spanjaarden, omdat zij graag een overzicht wilden krijgen van het waterrijke gebied.


De derde kerk

Haast letterlijk uit de as van de vorige kerk, verrees een nieuwe. Dit kerkgebouw was echter veel kleiner dan het vorige. Wellicht was geldgebrek een reden, of wellicht het feit dat de kerk inmiddels met twee afsplitsingen te maken had gekregen. Op de plaats van de huidige kerk heeft altijd het belangrijkste kerkgebouw van Krommeniedijk gestaan. Aanvankelijk stond hier de enige kerk, en later - na de reformatie - werd deze de hervormde kerk, de officiële plaats voor openbare erediensten. De doopsgezinden en de rooms-katholieken hadden hun eigen plaatsen van samenkomst op Krommeniedijk. Tevens kan hebben meegespeeld dat overwegend de bewoners van Krommeniedijk hier de eredienst bijwoonden. De bewoners van Krommeniehorn, of 'De Horn' (het gehucht dat nu het oostelijk deel van het dorp vormt, van de Indijk tot de Uitweg) behoorden tot de parochie van Krommenie. Pas in 1875 is Krommeniehorn kerkelijk (wat de hervormde kerk betreft) bij Krommeniedijk gekomen. Daarentegen bezochten de bewoners van Voorwoude en Uitgeesterwoude wel de kerk(en) te Krommeniedijk.

Krommeniedijk

Detail van een kaart uit 1637, gemaakt door Claes Vasterszoon Stierp uit Akersloot.

Behalve een dichte rij huizen op Krommeniedijk, is de kerk te zien, een hennepklopper met wat gebouwen aan de Krommenie (daar waar nu de loopstal staat aan het begin van de Woudpolderweg), een molen op de plaats waar nu ongeveer de eerste brug van de Woudpolderweg is, en de buurtschappen Voorwoude, met een molen, en Uitgeesterwoude.

Zowel Voorwoude als Uitgeesterwoude behoorde officieel tot Uitgeest, maar de bewoners kerkten op Krommeniedijk, omdat geen van de gehuchten een godshuis bezat. Bovendien moest om in Uitgeest of Markenbinnen te komen, een breder water worden over gestoken dan de sloten van de Woudpolder. Volgens Jacob Brasser liep er vroeger een pad van Uitgeesterwoude naar Krommeniedijk. Hierover konden de dorpsbewoners toenterijd naar een van de drie kerken op Krommeniedijk wandelen, als ze al niet met hun schuitje kwamen. In 1796 stond er echter nog één huis in Uitgeesterwoude, dat op de kadasterkaart van 1832 niet meer voorkomt.

Krommeniedijk

Detail van een kaart uit 1683, gemaakt in opdracht van het Hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen in Kennemerland en West-Friesland.

Op deze kaart zijn onder meer Voorwoude en Uitgeesterwoude aangegeven, en is te zien dat er naast de kerk huizen stonden.

Cornelis Pronk

Tekening uit 1728, gemaakt door Cornelis Pronk.

Op deze afbeelding zijn achter het toenmalige kerkgebouw de muurresten van de vernielde kerk te zien, die aanzienlijk groter was, misschien wel drie keer zo lang. De kerk had een ingang onder de toren (tijdens de restauratie van de huidige kerk in 1942 is er wederom een ingang onder de toren aangebracht). Verder toont de afbeelding dat de kerk op een verhoging in het landschap ligt en dat er aan de overzijde van de dorpsstraat een aaneengesloten bebouwing van kleine houten huizen is. Deze kerk is echter door een verschrikkelijk noodweer zo zeer beschadigd dat besloten werd een nieuw gebouw in dezelfde stijl te laten verrijzen. De eerste predikant van de huidige kerk, dominee Lambertus Twisker, verwees in zijn inwijdingsrede naar de ramp:

't Was op den 12den December 1747, dat 't Godt behaegde deze gewesten met enen ijsselijken stormwint te bezoeken, waerdoor vele zielen in den afgront van de zee zijn nedergezonken & versmoort, verscheide gebouwen in ons Lant hebben door dien Bulderenden wint vele schaden geleden: & buiten twijfel heeft de Kerk aen deze Plaetzse toen ook enen groten Knak gekregen. 't Gebouw was oudt, deze Plaetzse zeer onvermogende, zodat geen behoorlijk onderhoudt kon toegebragt worden, waer door 't van tijt tot tijt droevig verviel, 't geen zo verre was gekomen, dat men des winters wegens de tocht & koude niet dan met groot ongemak, & bij harde wint, uit vreze dat zich iets begeven zoude, niet dan met kommer, schrik & vreze onzen Godts-dienst konden waernemen.'


De vierde kerk

'Dus hebben wij gesukkelt tot Paesschen des voorleden Jaers, wanneer Frederik Bak, toen Schepen van dezen Banne & Burgermeester van Crommeniedijk geworden zijnde, met zijne mede Regenten, de Kerkeraet & Kerkemeesteren verzogt, om gezamentlijk alles aen te leggen, wat ter verkrijginge van ene Niewe Kerk konde dienen.'

De oude kerk werd onherstelbaar bevonden en met behulp van giften uit de gemeenschap, 'ja sommigen hebben zelfs uitgemunt', plus bijdragen van de synode van Noord-Holland, de classis te Haarlem en de staat, waren er voldoende middelen voor een nieuw kerkgebouw. Hiertoe werd op 20 januari 1755 begonnen met het afbreken van de oude kerk, waarna op 26 mei de bouwwerkzaamheden konden plaatsvinden. Cornelis Bak, de zeventienjarige zoon van schepen Frederik Bak (wiens nazaten betrokken zouden zijn bij de bouw van de pastorie), legde officieel de eerste steen voor het huidige kerkgebouw.

Index

Activiteiten

Contact