 |
|
Dominee Boeke verwijst in zijn boek Krommeniedijk en zijn kerk naar
het feit dat er niet alleen kosters maar ook kosteressen op Krommeniedijk zijn
geweest. In 1764 werd door de Burgemeestren en Vroedschappen een Acte en
Ordere aan deze kerkdienaren uitgereikt, met de volgende inhoud:
1. wanneer buijten ordinaire gepredikt wort, het sij in de
winteravonde of andere tijden, dat hij aan den predikant sal vragen offer
gepredikt sal worden (om dan alles in orde te brengen); 2. moest hij
bij prediking of categiseeren in de kerk zig bevinden, 's avonds kaarsen
opsteken en ordentelijk uitdoen, blakers en snuyters afveegen; 3. de
stoelen in orde houden; briefjes aan de voorzanger brengen; als iemand hem
verzoekt iets uit de kerk te halen dat overbrengen, en als er honden in de kerk
zijn deselve er sien uijt te krijgen; 4. de stoven des winters
in de bancken te setten, soo voor meerder als minder regeering, mitsgaders in de
banke van den predikant en kerkeraet; 5. sal mede des winters als
het kout is gehouden syn vuur in het school aan te leggen; 6. sal
mede de kercke ordentelijck moeten vegen en schoonhouwen, alsmede de banken
schoonhouwen en met sant stroyen, de kerk vroeg losmaken en de deuren aan
het einde van de dienst openen. Ook dat hij 7. van 1 oktober tot 1 maart
in alle de catechisatiën voor den predicant een stoof met vier in de
kerk moet besorgen van sijn eijgen turf, voor f2,50 per jaar; en
eindelijk zal hij 8. het gelt van de stoele en pastoriegelt moeten
opsoekeen wat de kerkmeesters verder voor diensten van hem/haar vragen.
(Foto van Wim Huisman) |