logo logo

School

kadaster 1830

De school en de kerk, de twee instellingen waar de Krommeniedijkers opgevoed werden, waren nauw met elkaar verbonden. In de eerste helft van de zeventiende eeuw is al sprake van een school op Krommeniedijk. Waar deze precies heeft gestaan is niet bekend. Wellicht op dezelfde plaats tegenover de kerk als het latere schoolhuis (nummer 181), dat tot 1874 dienst heeft gedaan en welk nu uitsluitend woonhuis is.



Afbeelding naar de kadasterkaart uit 1830. De zwartgekleurde omtrek geeft de locatie aan van het schoolgebouw.


Schoolmeesters van de eerste school (en die) bij de kerk

Abraham Jillissen

eerste schoolmeester van Krommeniedijk die vermeld wordt. Hij was getrouwd met Annetje Jans en is gestorven op 10 maart 1658.

Jan AdriaenszKeyser

van 1656 tot maart 1677. Hij was getrouwd met Cat(hrijn) Dircksz

Cornelis Jans Verwiele(n)

ca. 1719. Cornelis Verwiele was tevens walvisreder. Hij was rond 1675 in Krommenie geboren en in november 1695 aldaar getrouwd met Lijsbet Dirks (geboren rond 1675) uit Sijbekarspel. Lijsbet is overleden op 22 december 1727 en Cornelis op 30 april 1748. Hij is begraven op Krommeniedijk.

Jan Adriaansz Voogt

van 1739 tot zijn dood, op 14 december 1781 te Krommeniedijk. Deze schoolmeester, geboren in 1708, was getrouwd met Maartje Willems Mooij (gedoopt op 23 augustus 1716 te Krommeniedijk - gestorven op 17 februari 1780 te Krommeniedijk). Zij trouwden op 6 december 1739 te Krommeniedijk en een van hun kinderen is in 1757 in het huidige kerkgebouw gedoopt. De grafzerk van het echtpaar is nog in de kerk te zien.

Lambert Buys

van 1781 tot 1896. De twintigjarige Lambert Buys (daarvoor schoolmeester in Etershem en Schardam) werd in 1781 'met alle eenparigheyd' beroepen door de 'gunstige approbatie van Schepenen en vroedschappen als Ambachtsheeren van Crommeniedijk'. In de brief die de Kerkenraad meester Buys stuurde stond: 'Wij versoeken den gemelden Lambert Buys, dat hij deese onse beroepinge gelieve aan te nemen, en 't Reglement aangaande Zijne Ampten, hier ter Plaatse zijnde, te ondertekenen. de Heere maake hem tot Zijn werk meer en meer bequaam, sterke hem in zijne bedieninge als eenen, die God vreest, tot welsijn van de Jeugt tot stigtinge der gemeente. - Aldus in onsen kerkenkamer te Crommeniedijk gedaan, den 24 Juny Ao 1781.'

Adriaan Zonderland

ca. 1807 in Westzaan geboren als zoon van Aafje Willemsdochter Boon en Cornelis Corneliszoon Zonderland. Hij kocht in 1874 de vervallen rooms-katholieke kerk en pastorie op Krommeniedijk.

Dominee Boeke beschrijft in Krommeniedijk en zijn kerk dat Frederik Koel zich het volgende herinnerde van zijn schooltijd:
'Als meester jarig was, werd er gedanst op de 'Kerkestraat' en de kinderen liepen in een rij naar 't eind van 't dorp. (...) op die verjaardagstocht werd een fles wijn meegenomen en ieder kreeg aan 't eind een lepel vol daarvan, met water aangelengd, of ook een lik honing van meester's vinger.'
'Op die dag en met Pasen brachten de kinderen wat voor hem mede: een kop boter, een kaasje, wat eieren, een pond suiker of, als je arm was 'voor 5 cent babbels'; daarvoor ontvingen ze elk dan weer een prent; wie veel gaf, een mooie plaat.'

G. Vet

over hem is niet veel bekend, behalve dat hij mager was en moeite had orde te houden.

Jan Steen

Regels voor de schoolmeester

Het reglement wat Lambert Buys diende te ondertekenen zal qua inhoud waarschijnlijk overeengekomen zijn met dat wat in 1790 in Krommenie werd opgesteld.

In dit reglement staat onder meer dat de schoolmeester lidmaat van de gereformeerde kerk moet zijn, gezond en van onberispelijk gedrag, zodat hij een goed voorbeeld vormt voor zijn leerlingen. Hij mag zijn lestaken niet uitbesteden en hoort 's ochtends les te geven van 09.00-11.30 uur en 's middags van 13.00-16.00 uur. Op donderdag- en zaterdagmiddag mag hij de school om 15.00 uur laten uitgaan. Op zaterdagmiddag na school wijst de meester twee leerlingen aan die het lokaal moeten vegen en het afval wegbrengen. Bij koud weer moet hij het lokaal laten verwarmen. Vakantiedagen zijn de dag na Pasen en de dag na Kerstmis, plus de week van Pinksteren.

De meester moet de kinderen vier maal per dag laten bidden en zij moeten voor het uitgaan een of twee psalmen zingen. Na het ochtendgebed wordt er gelezen, zonder dat de leerlingen hun 'tijdt met prenten of eenig ander speelgoed (...) verquisten'. Daarna kunnen lessen worden opgezegd en kan geschreven werk aan de meester worden getoond. Daarbij 'zullende Egter niet te veel tegelijk aan den Stoel mogen staan'. De toegestane, stichtelijke schoolboeken, 'op beqwaam Papier met een duijdelijke Letter', kan de meester voor een billijke prijs door de leerlingen laten kopen. Hij moet zorgen voor goede pennen en stevig papier, wat de leerlingen dagelijks voor een kwart (of als de ouders het wensen voor de helft) dienen te beschrijven. Hij moet de leerlingen onderwijzen in de Bijbelse geschiedenis en in de kerkleer, zodat zij tijdens de kerkdienst op zondag hun kennis kunnen tonen. Bij het uitgaan moet de meester er op toe zien dat de leerlingen zich netjes houden 'onder Ernstige recommandatie dat zij zig Langs den weg, zedig, statig en beleevd zullen hebben te gedraagen'.

De meester mag in school niet roken en hij zal 'op de wagt niet passen, ook hij of sijne huysgenoten niet tappen, gelagen setten, nog eenige Polijtijckue officien bedienen, of Neeringen hantering mogen doen, waardoor...' de kerkenraad '... zouden mogen oordeelen, dat de Jeugt en 't leeren van goede kunsten en manieren eenigsinds verhinderd of de Kerk ontstigt zoude kunnen worden'.

Daarnaast had de schoolmeester nog een aantal taken in de kerk. Zo moest hij op kerkdagen om 07.00, 08.00 en 12.00 uur en op woensdagmiddag om 17.00 uur de kerkklok luiden. Terwijl de dominee op de kansel stond, stond de schoolmeester aan de lessenaar als voorlezer en voorzanger. Als er een kind gedoopt werd, zorgde hij voor schoon water. Later schreef hij de namen in het doopboek. Het was zijn taak om de Avondmaalstafel te dekken (en later weer af te ruimen) en te zorgen dat het juiste brood op die tafel kwam. De schoolmeester was verantwoordelijk voor het onderhoud aan het uurwerk in de kerktoren, en het 'dagelijks in Eijgen Persoon opwinden, zonder dit aan Eenige scholieren buijten zijn Presentie toe te betrouwen'.

Uiteraard werd de schoolmeester voor al dit werk beloond. Zo werd hem een woning toegewezen die voor hem onderhouden werd. Zijn loon bestond uit 'tweehonderd Caroliegulden tot 20 stuijvers 't stuk in 't Jaar' en van iedere leerling die hij alleen lezen leerde twee stuivers per maand, van iedere leerling die hij leerde lezen en schrijven tweeënhalve stuiver per maand, en van iedere leerling die hij leerde rekenen vierenhalve stuiver per maand, 'waarvoor hij hun moet geven "beste bruine inkt".


Schoolmeesters van de school bij de Indijk

School C

In 1874 werd een nieuw schoolgebouw gebouwd op de plaats waar vroeger de grens lag tussen Krommeniedijk en Krommeniehorn. 'School C' stond er later in reliëf boven de ingang aangegeven.

Op de foto hiernaast uit ca. 1900 is het schoolhuis te zien, waar de schoolmeester en zijn gezin woonde. Daarachter bevond zich het entree met de toegang naar de beide lokalen. Het ene waar de juffrouw les gaf aan klas 1, 2 en 3 en het andere waar de meester les gaf aan klas 4, 5 en 6.

Blandikus Catharikus Hoogers

Omstreeks 1890 werd Blandikus Catharikus (Blandicus Catharicus) Hoogers (geboren op 27 december 1858 in Hattem) aangesteld als schoolhoofd en onderwijzer. Hij was toen net getrouwd met Anna Adriana Moorhoff (geboren ca. 1867, Haarlem), die onderwijzeres was. Misschien hebben ze elkaar tijdens het werk leren kennen, toen ze beide lesgaven op een school in Beverwijk. Ze zijn op 29 augustus 1890 in Velsen getrouwd. Meester Hoogers was toen al 'hoofd ener school', maar of dat de school van Krommeniedijk was, is niet duidelijk. Hun zoon Christiaan is in 1893 op Krommeniedijk geboren.
Op 24 juni 1943 is meester Hoogers op 84-jarige leeftijd overleden. Hij is in Baarn begraven.

Anna Elisabeth van der Plaats

In hetzelfde jaar dat meester Hoogers werd aangesteld, kwam juffrouw Anna Elisabeth van der Plaats de jongste drie klassen onderwijzen. Zij was geboren in Krommenie (in 1873), als dochter van een schoolhoofd, Andries van der Plaats, en Aafje Lammers. Op 27 december 1900 trouwde zij in Krommenie met de 24-jarige Albertus Hendrik Kroes uit Wijhe, ook een onderwijzer en kind van een schoolhoofd. Het huwelijk zou echter geen stand houden.
Op 18 januari 1943 overleed Anna Elisabeth van der Plaats op 69-jarige leeftijd in Ede.

School te Krommeniedijk, 16 April (1900?), met in de bovenste rij de derde van links: Geertje Reijne (later Oortwijn) en de vijfde van links: Neeltje Bakker (later Ooms). Uiterst rechts staat meester Blandikus Catharikus Hoogers.

Aanvullingen vernemen wij graag via e-mail

School C

School Krommeniedijk, 1903, met schoolhoofd J. van der Vies. In de tweede rij met respectievelijk gestreepte en geruite jurk: Geertje Reijne (later Oortwijn) en Neeltje Bakker (later Ooms). In de derde rij met witte haarstrik: Trijntje Bakker (later Schilperoord).

Aanvullingen vernemen wij graag via e-mail


J. van der Vies

Jan Visser

Jan Visser (geboren omstreeks 1896, in Anna Paulowna, als zoon van een manufacturier) was een zeer geliefde onderwijzer, waarover zijn leerlingen nog steeds met respect en genoegen spreken. Hij was overtuigd socialist en modern qua opvattingen. Daardoor moedigde hij het aan dat kinderen uit boeren- en arbeidersgezinnen, als zij daar aanleg voor hadden, doorleerden. Menig Krommeniedijker of Krommeniedijkse heeft hij toentertijd naar de ULO-school gestuurd.

Meneer Visser (hij wilde geen 'meester' genoemd worden) voerde ook de moderne schoolreis in. Niet langer de traditionele bootreis naar het klimduin van Schoorl, maar met gehuurde automobielen naar Kraantje Lek of de Ruïne van Brederode. In 1929 nam hij afscheid van Krommeniedijk en aanvaarde hij per 1 september van dat jaar een positie als onderwijzer in Rijswijk.

Meester Van der Lip

Meester Van der Wal

Index

Activiteiten

Contact