logo logo

Walvisvaart

walvis op boot op rietderg

Ooit werden er kaken, ribben en andere beenderen van walvissen in polder Het Woud gebruikt als versteviging van de afkalvende slootkanten.

Dorpshuis de Horn

Het latere café van Krijgsman, dat naast de vroegere Vermaning stond, heette de 'Groenlandsche Visscherij', en dat was ook de naam die het dorpshuis kreeg in 1980, toen het dorp zijn 700-jarig bestaan vierde. In dat jaar is zelfs een walvisvaarder gebouwd, De Vergulde Wortel, onder leiding van scheepsbouwmeester Jacob Brasser en Gerrit Post.

Poortbewijs Crommeniedijk 700

Vanaf die tijd prijkt op de blauwwitte vlag van Krommeniedijk een walvis, een afbeelding (ontworpen door Louis Hart) die onder meer terug komt op medailles, feestweekkrantjes en het wegdek, en dat allemaal ter herinnering aan het feit dat het dorp aan de visserij in de noordelijke ijszeeën decennia lang een bron van inkomsten heeft gehad.


(links: poortbewijs - met onder meer een afbeelding van het oudste monument van Krommeniedijk: de kerk - om Krommeniedijk in te komen tijdens het perfect georganiseerde jubeljaar 1980.)


De Groenlandse walvis

De voornaamste jachtbuit waar de Krommeniedijkers net als andere walvisvaarders op jaagden, was de Groenlandse walvis, een zwarte baleinwalvis, met een lengte van soms wel 20 meter. Een volwassen exemplaar met een huid van ongeveer 30 centimeter dikte, leverde de walvisjagers - naast baleinen - 75 kwarteel spek of 50 kwarteel traan op (1 kwarteel is 232,8 liter). Geen andere walvissoort was zo rijk aan vet. Gedurende de Arctische zomers, de paartijd, wemelden de wateren van deze plompe dieren, die traag rondzwommen en een makkelijke prooi vormden. Gillis Joosten Saeghman schrijft hierover in 1668:
'Onder de walvisschen wordt de geene, die Grandbay genoemt is, (...) oock weghens sijn dommigheydt op het best te vangen; want dit dier is so dom, als het groot en sterck is. De derde part van sijn lichaam is bijna hooft.'
In oude scheepsjournalen wordt de Groenlandse walvis ook wel 'Grandbay walvis' genoemd, een benaming die afkomstig is van de Baskische walvisvaarders, die zich reeds in de twaalfde eeuw met de vangst bezig hielden. Ook werd het dier met 'Eilandsche walvis' of gewoon 'Visch' aangeduid.

Schepen die wegens Krommeniedijk uitvoeren, of met Krommeniedijkers als hens, zochten hun bestemming in de noordelijke wateren rond Spitsbergen (de Groenlandvaart) en die van Straat Davis. Ten westen en ten noordwesten van Spitsbergen werden naar verhouding meer walvissen gevangen, maar die bij Straat Davis waren vaak groter, zodat beide wateren een even hoge spek- en traanopbrengst opleverden.

Walvisvaart

Gedurende de Arctische zomers was (en is) het dag en nacht licht, zodat er goed zicht was op de buit. Degene die het eerst een walvis gewaar werd, ontving vaak een beloning. Meestal verraadde de ademwolk, of het spuiten van de walvis, zijn aanwezigheid. Dan werd er geroepen: 'Val! Val!', ten teken dat de sloepen moesten worden neergelaten. De bemanning sprong in de bootjes en roeide naar de walvis, met de harpoenier op de voorpunt. Hij trachtte zijn wapen in de spekrug te werpen, waar deze het best bleef steken. Dan richtte een van de roeiers zijn roeispaan op, om de bemanning op het schip mede te delen dat de sloep vast zat. Het moederschip hees daarop de wimpel, opdat andere schepen zouden zien dat zij geen recht meer hadden op de aangeschoten walvis. Deze kon overigens nog flink worstelen en het gebeurde niet zelden dat het dier - onopzettelijk - met de staart de sloep verbrijzelde. Dit geworstel en het gejoel van de bemanning vormde het enige geluid in de ijzige stilte. De walvis zelf kon in zijn doodsnood geen geluid maken om zijn pijn te uiten.

Zodra de walvis op het strand lag, of langszij, klom de speksnijder - voorzien van laarzen met scherp om niet uit te glijden - op het dode of stervende dier en sneed met diepe repen van kop tot staart. Hiervoor gebruikte hij 'het mes op de vis', een groot lang mes speciaal voor dit doel, en ontving hij een speciale premie, het 'ontweigeld'. Ook het lossnijden van de vier meter lange baarden was een zwaar karwei. Speksnijder was een van de best betaalde banen aan boord, na commandeur en stuurman. Andere functies waren (in volgorde van belangrijkheid): harpoenier, speksnijdersmaat, opper- en ondertimmerman, opper- en onderkuiper, chirurgijn, kok, schieman, (hoog)bootsman, bootsmansmaat, vol- en lichtmatroos, koksmaat en kajuitsjongen.

In 1770 werd te Haarlem de Alphabethische Naam-Lyst van alle de Groenlandsche en Straat-Davissche Commandeurs, die zedert het jaar 1700 op Groenland, en zedert het jaar 1719 op de Straat-Davis, voor Holland en andere Provincien, hebben gevaren uitgegeven. In deze publicatie, die is samengesteld door Gerret van Sante, een makelaar uit Zaandam, staat dat 'wegens Crommenydyk' directeur (reder) Cornelis Verwiele in de jaren 1701-1709 schepen uit liet varen naar Groenland. Veel geluk had hij echter niet. Tweemaal ging een schip verloren (het was 'gebleven') en vijfmaal keerde het schip terug zonder een walvis te hebben gevangen, en dus zonder vaten spek of traan.

Door Cornelis Verwiele uitgeruste schepen voor de Groenlandvaart

Jaar

'wegens'

Commandeur

Aantal vissen

Aantal vaten spek

1701

'wegens Crommenydyk'

Jacob Kous

0 (het schip is 'gebleven')

0

1702

'wegens Crommenydyk'

Jacob Kous

0

0

1702

'wegens Crommenydyk'

Pieter Teelink

0

0

1702

'wegens Crommeny'

Aris Peereboom

0

0

1703

'wegens Crommeny'

Aris Peereboom

0 (het schip is 'gebleven')

0

1703

'wegens Crommeny'

Pieter Teelink

6

110

1704

'wegens Crommeny'

Aris Peereboom

240

1705

'wegens Crommenydyk'

Aris Peereboom

13

376

1706

'wegens Crommenydyk'

Pieter Teelink

0

0

1707

'wegens Crommenydyk'

Pieter Teelink

2

70

1708

'wegens Crommenydyk'

Pieter Teelink

4

150

1709

'wegens Crommenydyk'

Pieter Teelink

0

0

Volgens Van Sante was Cornelis Verwiele de enige reder op Krommeniedijk in de achttiende eeuw. Wegens Krommenie staan de volgende van zijn collega's genoteerd voor de Groenlandvaart: Lammert Visser (1744), Johannes Visser (1749) en Jacob Lakeman (1783). Voor de vaart op Straat Davis staat Verwiele niet genoteerd. Vanuit Krommenie zijn genoemd: Johannes/Johannis Visser (1759), Bla(a)uw en Lakeman (1762), Jacob Lakeman (1763) en Johannes Beets (1779). Maar ook al was er slechts één reder afkomstig van Krommeniedijk, ongetwijfeld vonden vele dorpsbewoners emplooi in de walvisvaart en de daarmee samenhangende neringen.

Cornelis Verwiele (of Cornelis Jans Verwielen) woonde bij de kerk en bezat blijkbaar land naast of achter het kerkgebouw, want in 1732 ontving hij van de gemeentebode een reprimande 'uyt order van kerckmstrs ten overstaan van schepen en vroetschappen van Crommeniedijk, dat het hem verboden was, met beesten, koeien of paarden, over de kerkbrug te gaan'. Mocht hij dit verbod negeren, dan kon de reder op een boete van 42 stuivers rekenen. Wellicht woonde hij in het schoolhuis, want Cornelis Verwiele staat in 1719 geregistreerd als schoolmeester te Krommeniedijk.

walvisvaart
Walvisvaart

Index

Activiteiten

Contact