Handwerkkrans Maria Boogaerdt

Op 24 september 1936 richtte dominee Rudolph Boeke een handwerkgroep op voor vrouwen van Krommeniedijk. Toen de groep vervolgens een geschikte naam zocht, stelde hij ‘Maria Boogaerdt’ voor, naar de eerste vrouw die ter ere van de dorpskerk een handwerk had vervaardigd. Om de veertien dagen kwamen de dames bij elkaar om samen te handwerken, aanvankelijk in de tuinkamer van de pastorie en later om beurten bij een van de leden thuis. In de beginperiode las dominee Boeke dan voor uit klassieke streekromans als Huis van licht en schaduw en Moeder Geerte van H.J. van Nijnatten-Doffegnies. Eenmaal per jaar, in november, werden de resultaten tijdens de Bazar in de kerk tentoongesteld en verkocht. De ombrengst was voor het onderhoud van het kerkgebouw.

Tijdens de bazar waren de handwerken op lange tafels uitgestald. Vooral de gebreide sokken en dubbelgebreide wanten waren geliefd. Er waren gehaakte kleedjes en pannenlappen, speelgoedbeesten en slabben, en Pieter Rol Klaaszoon timmerde stoven van afvalhout, dat hij van de vuilnisbelt aan de Uitweg haalde. Deze stoven werden voor 20 gulden per stuk verkocht. Sinds 1973 was daar ook ieder jaar een stoof van Jacob Brasser bij, meestal voor de verloting. Aan de zijkanten daarvan was een oneindige knoop uitgesneden en aan de achterkant een voorstelling, bijvoorbeeld van de kerk met daaronder de naam ‘Krommeniedijk’ en soms ook het jaartal. Voor deze stoven was steeds veel belangstelling. Ook maakte Jacob Brasser kaarsenstandaards op de draaibank, die ook veel aftrek vonden. Voor de kinderen was er een grote grabbelton vol rap en zaagsel, waarin in krantenpapier verpakte cadeautjes te vinden waren.

Toen dominee Boeke in 1944 naar Hogebeintum vertrok, hield de handwerkgroep contact met hem. Zo kwam het dat op 19 juni 1947 een bus vol dames van Krommeniedijk via de Afsluitdijk naar het dorp op de hoogste terp van Nederland reisde, om dominee Boeke een bezoek te brengen.

Foto d.d. 19 juni 1947 van Barbara Koning-Oortwijn Bij het monument op de Afsluitdijk
Foto d.d. 19 juni 1947 van Barbara Koning-Oortwijn
Bij het monument op de Afsluitdijk
Foto d.d. 19 juni 1947 van Barbara Koning-Oortwijn Bij het monument op de Afsluitdijk. Van links naar rechts (boven): mevrouw Klop, mevrouw Reijne-Helder, mevrouw Brasser-Bloothoofd, mevrouw Rol-Drost, mevrouw Oortwijn-Reijne en mevrouw Booij-Van Egmond. Van links naar rechts (onder): mevrouw De Heer, Niesje Brasser (later getrouwd met Klaas Pietersz Rol), Lies Kleijne en Barbara Oortwijn (later getrouwd met Pieter Koning).
Foto d.d. 19 juni 1947 van Barbara Koning-Oortwijn
Bij het monument op de Afsluitdijk. Van links naar rechts (boven): mevrouw Klop, mevrouw Reijne-Helder, mevrouw Brasser-Bloothoofd, mevrouw Rol-Drost, mevrouw Oortwijn-Reijne en mevrouw Booij-Van Egmond. Van links naar rechts (onder): mevrouw De Heer, Niesje Brasser (later getrouwd met Klaas Pietersz Rol), Lies Kleijne en Barbara Oortwijn (later getrouwd met Pieter Koning).
Foto d.d. 19 juni 1947 van Barbara Koning-Oortwijn Bij de bus in Hogebeintum. Van links naar rechts: Lies Kleijne, Barbara Oortwijn en Niesje Brasser.
Foto d.d. 19 juni 1947 van Barbara Koning-Oortwijn
Bij de bus in Hogebeintum. Van links naar rechts: Lies Kleijne, Barbara Oortwijn en Niesje Brasser.
Foto d.d. 19 juni 1947 van Barbara Koning-Oortwijn Op de weg voor de pastorie van Hogebeintum
Foto d.d. 19 juni 1947 van Barbara Koning-Oortwijn
Op de weg voor de pastorie van Hogebeintum
Foto d.d. 19 juni 1947 van Barbara Koning-Oortwijn Voor de pastorie van Hogebeintum. Van links naar rechts: mevrouw Rol-Drost, mevrouw Reijne-Helder, mevrouw De Heer, mevrouw Oortwijn-Reijne, mevrouw Brasser-Bloothoofd, mevrouw Klop, mevrouw IJff-Muis, (onbekend), (onbekend), mevrouw Booij-Van Egmond, Niesje Brasser, Barbara Oortwijn en Lies Kleijne.
Foto d.d. 19 juni 1947 van Barbara Koning-Oortwijn
Voor de pastorie van Hogebeintum. Van links naar rechts: mevrouw Rol-Drost, mevrouw Reijne-Helder, mevrouw De Heer, mevrouw Oortwijn-Reijne, mevrouw Brasser-Bloothoofd, mevrouw Klop, mevrouw IJff-Muis, (onbekend), (onbekend), mevrouw Booij-Van Egmond, Niesje Brasser, Barbara Oortwijn en Lies Kleijne.
Foto d.d. 19 juni 1947 van Barbara Koning-Oortwijn Links de buschauffeur, rechts dominee Boeke en daartussen de dameskrans Maria Boogaerdt.
Foto d.d. 19 juni 1947 van Barbara Koning-Oortwijn
Links de buschauffeur, rechts dominee Boeke en daartussen de dameskrans Maria Boogaerdt.

In 1980, tijdens het 700-jarig bestaan van Krommeniedijk, werd een optocht van praalwagens georganiseerd, waarbij alle de verenigingen van Krommeniedijk vertegenwoordigd waren. Ook Maria Boogaerdt reed mee, met als credo: ‘Al ons werk ten bate van de kerk’.

(Foto uit zomer 1980 via Barbara Koning-Oortwijn)
(Foto uit zomer 1980 via Barbara Koning-Oortwijn)
(Foto uit zomer 1980 via Barbara Koning-Oortwijn)
(Foto uit zomer 1980 via Barbara Koning-Oortwijn)

Een van de laatste verkoopdagen van handwerkgroep Maria Bogaerdt, op 20 november 1997:

(Foto via Barbara Koning-Oortwijn)
(Foto via Barbara Koning-Oortwijn)
(Foto via Barbara Koning-Oortwijn)
(Foto via Barbara Koning-Oortwijn)
(Foto via Barbara Koning-Oortwijn)
(Foto via Barbara Koning-Oortwijn)
De mooiste handwerken kwamen in de loterij. Lootjes kostten in de jaren tachtig en negentig vijftig cent en werden grif gekocht.
De mooiste handwerken kwamen in de loterij. Lootjes kostten in de jaren tachtig en negentig vijftig cent en werden grif gekocht.

De handwerkgroep heeft jarenlang gehaakt, gebreid, genaaid en geborduurd, onder leiding van Barbara Koning-Oortwijn. In najaar 1999 stopte de dameskrans na 63 jaar.

 Andere inkomsten voor de kerk

De kerk wist op verschillende manieren geld in te zamelen voor het behoud van het gebouw en het instituut. Naast de opbrengsten vanuit de jaarlijkse bazar, kwam er ook geld binnen via het houden van vee. Toen Jacob Brasser in 1956 de helft van het boerenbedrijf van zijn moeder overnam en voor zichzelf ging boeren, kreeg hij vanuit de kerk het verzoek om enige kerklammeren op zijn land te houden. Hij herinnert zich hierover:

‘Deze lammeren werden in het voorjaar gekocht door enkele kerkleden, onder leiding van kerkvoogd Klaas Reijne, en bij boeren ondergebracht die wel enkele lammeren op hun land wilden laten grazen. Bij mij kwamen er ook twee en die liepen tussen de koeien, want zelf had ik geen schapen. Telkens als de koeien verweid werden naar een vers stuk land, gingen de lammeren met ze mee. Ook kregen zij na het melken wel eens een overgebleven koekje, wat zij heel goed wisten, want als de laatste koe gemolken was, stonden zij al te wachten.

‘Zo groeiden de lammeren de gehele zomer, waarna zij eind september, begin oktober weer opgehaald werden door enkele boeren met de praam. Dat was altijd een hele gebeurtenis, omdat zij heel de zomer gewoon los gelopen hadden en nu ineens gepakt werden en in de praam vastgebonden. Ik heb hier ook wel eens meegeholpen en kan mij nog best herinneren hoe wij bij een stuk land kwamen van Gerrit Los, Jan Prins genaamd, aan de Lange Weidsloot. Dit was een heel lang stuk land met vooraan een melkhok waar wij de twee lammeren wel even in zouden jagen, zodat we ze daarna makkelijk konden pakken en de praam in leiden.

‘Nu, dit gebeurde dan ook, maar de lammeren sprongen over het hek heen en renden helemaal naar het andere eind van het land, wat zo’n drie- tot vierhonderd meter lang was. We zijn die dag wel vier keer dat land op en neer geweest, voordat de lammeren in de praam stonden. Op deze manier werden zij bijeen gebracht en daarna verkocht, hetzij aan een handelaar, hetzij op de veemarkt in Purmerend. Hierbij was de winst, die overbleef nadat de aankoopkosten er vanaf waren getrokken, voor het onderhoud van de kerk.’