Interieur kerkzaal

Bij binnenkomst door de hoofdingang (zuidwest) is in het voorportaal een houten ordonnantiebord uit 1679 te zien, dat nog uit de vorige kerk afkomstig is. Hierop staan de reglementen vermeld voor het begraven in en bij de kerk. Het ordonnantiebord is in 1928 door de Noord-Hollandse archeoloog Johan Belonje in zeer slechte staat in het berghok van de kerk (het huidige kerkportaal) aangetroffen. Vervolgens is het bord bij de bank van de kerkvoogden geplaatst, tot het in 1942 – tijdens de restauratie van de kerk – werd gerenoveerd en in het voorportaal opgehangen.

De vloer in de kerk bestaat uit twee delen: een van hout waar de stoelen op geplaatst zijn en waar vroeger zand op gestrooid werd (hier zaten tijdens de eredienst de vrouwen), en verder is de kerk geplaveid met tot plavuizen verwerkte grafzerken.

De zestien eikenhouten banken (acht aan iedere kant) zijn tijdens de restauratie in 2002 verder uiteen geplaatst, om meer beenruimte te verkrijgen. Dit is te zien aan de afwijkend gekleurde plankjes in de schotten die de banken met elkaar verbinden. Tijdens de restauratie in de oorlogsjaren zijn de banken ontdaan van de okergele verf. Onder de voorste banken staat nog een aantal stoven.

Vensters

Orgel

Sinds 1964 bezit de kerk van Krommeniedijk een echt orgel, waarop regelmatig gespeeld wordt. Onder het orgel bevindt zich de regentenbank, waar de notabelen naast elkaar plaats konden nemen. Boven deze afgesloten ruimte is met sierletters de volgende tekst aangebracht: Des dorps Regenten Plaets al Hier Geordeneert – En kerkmeesters Mede nu als ook Regeerdt.

Scheepsmodel

Aan het houten tongewelf hangt het model van een driemaster, een bewapende koopvaarder met vijftig kannonnen: 6 op het achterschip (2 bovendek, 2 middendek en 2 onderdek), 22 aan stuurboord (5 bovendek, 8 middendek en 9 onderdek) en 22 aan bakboord (5 bovendek, 8 middendek en 9 onderdek). Het is een hangend blokmodel met een kiellengte van 50 cm en een gegolfde waterlijn. Het bestaat uit 48 onderdelen. Vermoedelijk werd het scheepje in 1755 geschonken ter gelegenheid van de ingebruikname van het kerkgebouw.

Op de spiegel staat: LVB 1755 LFV. Tussen twee gebeeldhouwde hoekmannen is een zespuntige gele ster te zien; daarboven een gevierendeeld wapen, het eerste en het vierde deel van keel (rood), het tweede en het derde deel van goud. Vermoedelijk is dit het wapen van de banne Westzaanden en Krommenie (het goud behoort dan zilver te zijn), waarin vier klimmende leeuwen en profile voorkwamen, maar deze zijn waarschijnlijk overgeschilderd. Aan weerszijden van het wapen is een bijl te zien die er op zou kunnen wijzen dat de schenkers van het model scheepstimmerlui waren. Zij werkten immers met bijlen en dissels, vandaar dat het belangrijkste contract voor een scheepsbouwer 'bijlbrief' genoemd werd. Het scheepje is een van de zeven scheepsmodellen die in lokale kerken te zien zijn. Rond 1880 is het scheepsmodel tijdelijk uit de kerk gehaald en overgebracht naar café De Hoop van Krijgsman te Krommeniedijk. Daar werd het door de plaatselijke toneelvereniging 'Steeds Voorwaarts' als rekwisiet gebruikt voor het stuk Daar was eens een loods, waarin een zeeman aan het scheepje knutselde. Tijdens deze toneeluitvoeringen werd het biljart door de buren uit het café getild en werden er stoelen geplaatst, zodat wel honderd dorpsbewoners een zitplaats konden vinden. Voor die gelegenheden werd de woonkamer van de familie Krijgsman ontruimd, want dat was het toneel. Klaas Krijgsman was zelf een van de oprichters van de toneelvereniging geweest, samen met Dirk Max, Klaas Kessler en IJsaac Kakes. Dat was op 17 november 1871. (Foto via Wim Huisman)
(Foto via Wim Huisman)

Op de spiegel staat: LVB 1755 LFV. Tussen twee gebeeldhouwde hoekmannen is een zespuntige gele ster te zien; daarboven een gevierendeeld wapen, het eerste en het vierde deel van keel (rood), het tweede en het derde deel van goud. Vermoedelijk is dit het wapen van de banne Westzaanden en Krommenie (het goud behoort dan zilver te zijn), waarin vier klimmende leeuwen en profile voorkwamen, maar deze zijn waarschijnlijk overgeschilderd. Aan weerszijden van het wapen is een bijl te zien die er op zou kunnen wijzen dat de schenkers van het model scheepstimmerlui waren. Zij werkten immers met bijlen en dissels, vandaar dat het belangrijkste contract voor een scheepsbouwer ‘bijlbrief’ genoemd werd. Het scheepje is een van de zeven scheepsmodellen die in lokale kerken te zien zijn.

Rond 1880 is het scheepsmodel tijdelijk uit de kerk gehaald en overgebracht naar café De Hoop van Krijgsman te Krommeniedijk. Daar werd het door de plaatselijke toneelvereniging ‘Steeds Voorwaarts’ als rekwisiet gebruikt voor het stuk Daar was eens een loods, waarin een zeeman aan het scheepje knutselde. Tijdens deze toneeluitvoeringen werd het biljart door de buren uit het café getild en werden er stoelen geplaatst, zodat wel honderd dorpsbewoners een zitplaats konden vinden. Voor die gelegenheden werd de woonkamer van de familie Krijgsman ontruimd, want dat was het toneel. Klaas Krijgsman was zelf een van de oprichters van de toneelvereniging geweest, samen met Dirk Max, Klaas Kessler en IJsaac Kakes. Dat was op 17 november 1871.

In 1942 is het scheepsmodel gerestaureerd in het Scheepvaartmuseum te Amsterdam en in 1970 door Pieter Koning, te Krommeniedijk 168. Hij kreeg met een extra complicatie te maken, doordat de kat in een onbewaakt ogenblik 'aan boord' was gesprongen. De wirwar van tuigage en omgehaalde masten veroorzaakte een kleine ramp. Echter, die wist Pieter Koning vakkundig te herstellen. Later kreeg een andere dorpsbewoner, Jacob Brasser, het scheepje onder handen. Hij vertelt hierover het volgende: 'Het zal begin jaren tachtig van de vorige eeuw zijn geweest, dat Wladimir Dobber, die op dat moment kerkvoogd was, bij mij kwam met de vraag of ik het scheepsmodel uit de kerk zou willen nakijken en eventueel een beetje bijschilderen. De kerk werd wederom in zijn geheel gerestaureerd en het scheepje kon daar toch niet blijven hangen. Nu, dit wilde ik wel en zodoende werd het scheepsmodel bij mij gebracht en in de kamer gezet, zodat ik eerst eens aan het scheepje kon wennen, en op mijn gemak kon bekijken wat er zoal aan gebeuren moest. 'Nu, dat was aardig wat, want de houtworm vond vooral de kleine katrolletjes heel erg lekker, zodat ze bij aanraking als stof uiteen vielen. Na enige tijd ging het model naar de schuur en begon ik heel voorzichtig het ene onderdeeltje na het andere te vernieuwen. De stengen van de grote mast en de fokkenmast werden vernieuwd, evenals alle katrollen, ter grootte van enkele millimeters, en het touwwerk. 'Terwijl ik hiermee bezig was, kwam Wladimir Dobber weer bij mij en vertelde dat ik direct moest stoppen met restaureren, want hij was gebeld door iemand van het Scheepvaartmuseum in Amsterdam en had te horen gekregen dat dit scheepje een rijksmonument is, waaraan niemand anders dan de experts van het museum mochten komen. Nu, ik ruimde alles op en zette het scheepje op zijn standaard op de werkbank in afwachting van de dingen die zouden gaan komen. 'De telefoon ging enkele dagen later, en er werd een afspraak gemaakt voor een bezoek vanuit het Scheepvaartmuseum. Twee dagen later stapte er drie man sterk uit een auto en die heren kwamen bij mij het erf op. Het waren twee restaurateurs en een kantoormannetje die het woord deed. Terwijl dit mannetje met mij praatte, bekeken die anderen het scheepje om te zien wat er misgegaan was. Want dat was gebeurd, volgens die prater. De mannen kwamen echter naar mij toe en zeiden tegen die prater: "Hou jij je eens stil", waarna ze mij vroegen hoe of ik de steng van de grote mast vernieuwd had. Dit legde ik hen uit, waarna ik hen ook zei dat de steng van de fokkenmast eveneens vernieuwd was en tevens alle katrolletjes en touwtjes om die steng heen. De mannen keken mij eens aan en zeiden toen tegen die prater: "Vraag of deze man geen zin heeft om bij ons te komen werken, want wat hier gerestaureerd is, daar kunnen wij nog wat van leren." De man stond vreemd te kijken en liet de mannen hem tonen wat er gerepareerd was. Het eind van het liedje was, dat ik gewoon door kon gaan en dat het scheepje weer rustig in de kerk kwam te hangen.' (Foto via Bert Veneman)
(Foto via Bert Veneman)

In 1942 is het scheepsmodel gerestaureerd in het Scheepvaartmuseum te Amsterdam en in 1970 door Pieter Koning, te Krommeniedijk 168. Hij kreeg met een extra complicatie te maken, doordat de kat in een onbewaakt ogenblik ‘aan boord’ was gesprongen. De wirwar van tuigage en omgehaalde masten veroorzaakte een kleine ramp. Echter, die wist Pieter Koning vakkundig te herstellen. Later kreeg een andere dorpsbewoner, Jacob Brasser, het scheepje onder handen. Hij vertelt hierover het volgende:

‘Het zal begin jaren tachtig van de vorige eeuw zijn geweest, dat Wladimir Dobber, die op dat moment kerkvoogd was, bij mij kwam met de vraag of ik het scheepsmodel uit de kerk zou willen nakijken en eventueel een beetje bijschilderen. De kerk werd wederom in zijn geheel gerestaureerd en het scheepje kon daar toch niet blijven hangen. Nu, dit wilde ik wel en zodoende werd het scheepsmodel bij mij gebracht en in de kamer gezet, zodat ik eerst eens aan het scheepje kon wennen, en op mijn gemak kon bekijken wat er zoal aan gebeuren moest.

‘Nu, dat was aardig wat, want de houtworm vond vooral de kleine katrolletjes heel erg lekker, zodat ze bij aanraking als stof uiteen vielen. Na enige tijd ging het model naar de schuur en begon ik heel voorzichtig het ene onderdeeltje na het andere te vernieuwen. De stengen van de grote mast en de fokkenmast werden vernieuwd, evenals alle katrollen, ter grootte van enkele millimeters, en het touwwerk.

‘Terwijl ik hiermee bezig was, kwam Wladimir Dobber weer bij mij en vertelde dat ik direct moest stoppen met restaureren, want hij was gebeld door iemand van het Scheepvaartmuseum in Amsterdam en had te horen gekregen dat dit scheepje een rijksmonument is, waaraan niemand anders dan de experts van het museum mochten komen. Nu, ik ruimde alles op en zette het scheepje op zijn standaard op de werkbank in afwachting van de dingen die zouden gaan komen.

‘De telefoon ging enkele dagen later, en er werd een afspraak gemaakt voor een bezoek vanuit het Scheepvaartmuseum. Twee dagen later stapte er drie man sterk uit een auto en die heren kwamen bij mij het erf op. Het waren twee restaurateurs en een kantoormannetje die het woord deed. Terwijl dit mannetje met mij praatte, bekeken die anderen het scheepje om te zien wat er misgegaan was. Want dat was gebeurd, volgens die prater. De mannen kwamen echter naar mij toe en zeiden tegen die prater: “Hou jij je eens stil”, waarna ze mij vroegen hoe of ik de steng van de grote mast vernieuwd had. Dit legde ik hen uit, waarna ik hen ook zei dat de steng van de fokkenmast eveneens vernieuwd was en tevens alle katrolletjes en touwtjes om die steng heen. De mannen keken mij eens aan en zeiden toen tegen die prater:

“Vraag of deze man geen zin heeft om bij ons te komen werken, want wat hier gerestaureerd is, daar kunnen wij nog wat van leren.”

De man stond vreemd te kijken en liet de mannen hem tonen wat er gerepareerd was. Het eind van het liedje was, dat ik gewoon door kon gaan en dat het scheepje weer rustig in de kerk kwam te hangen.’

Preekstoel

De preekstoel en het doopvont zijn ouder dan het kerkgebouw. De trap dateert echter uit 1942. Voorheen leidde een rechte trap naar het spreekgestoelte. De huidige trap is ontworpen om de koperen boog bij het doophek een nieuwe plaats te geven. (Zie voor de oude situatie het schilderij van Gerrit Jan de Geus.) Aan het spreekgestoelte is een koperen standaard met een zandloper bevestigd. Het was de bedoeling dat de predikant de zandloper alvorens hij zijn preek begon omdraaide, om te voorkomen dat hij in zijn vervoering te lang zou uitwijden. Aan de muur naast de preekstoel hangen drie zwart fluwelen collectezakken. Onderaan de zak hangt een belletje, om tijdens de dienst in slaap gevallen gemeenteleden mee te wekken.

De preekstoel en het doopvont zijn ouder dan het kerkgebouw. De trap dateert echter uit 1942. Voorheen leidde een rechte trap naar het spreekgestoelte. De huidige trap is ontworpen om de koperen boog bij het doophek een nieuwe plaats te geven. (Zie voor de oude situatie het schilderij van Gerrit Jan de Geus.)

Aan het spreekgestoelte is een koperen standaard met een zandloper bevestigd. Het was de bedoeling dat de predikant de zandloper alvorens hij zijn preek begon omdraaide, om te voorkomen dat hij in zijn vervoering te lang zou uitwijden.

Aan de muur naast de preekstoel hangen drie zwart fluwelen collectezakken. Onderaan de zak hangt een belletje, om tijdens de dienst in slaap gevallen gemeenteleden mee te wekken.

Het kastje van Rol’

Piet(er) Rol Klaaszoon heeft op 6 oktober 1975 een eikenhouten kastje aan de kerk geschonken, door hem zelf vervaardigd van hout dat afkomstig was van de oude vuilnisbelt aan de Uitweg (tegenwoordig Willis). In de brief die met de aanbieding vergezeld ging, schreef hij:

Aan de N.H. Kerk te Krommeniedijk

Het maken van publicatiekastje.
Gewerkt zooveel uren.
Kosten daarvan een sigaar en een kopje koffie.
Voldaan de 6 Oct 1975.

P. Rol

In het kastje, dat tegen het doophek staat bij de westelijke ingang, worden inderdaad de publicaties en andere paperassen van de Stichting bewaard.

Piet Rol heeft ook jarenlang houten stoven (tevens van afvalhout afkomstig van de vuilnisbelt) getimmerd. Deze werden tijdens de jaarlijkse bazar van handwerkgroep Maria Boogaerdt voor twintig gulden per stuk verkocht ten bate van de kerk.

Consistoriekamer