Verhalende vensters

Van 1939 tot 1942 onderging het kerkgebouw te Krommeniedijk een grote restauratie. De toenmalige predikant, dominee Rudolph Boeke, bedacht voorstellingen voor de vensterglazen van de dertien kerkramen, die nodig aan vervanging toe waren. Tot die tijd waren de vensterglazen van ongekleurd, doorzichtig glas geweest. Dominee Boeke liet zijn voorstellingen uittekenen door de architect Ferdinand Bernardus Jantzen uit Amsterdam, en brandschilderen door de kunstschilder Willem Bogtman uit Haarlem. De voorstellingen zijn als medaillon in het raam verwerkt.

Op 22 juli 1939 tekende dominee Boeke dit ontwerp, naar aanleiding van een bezoek van Ferdinand Jantzen drie dagen eerder. Te zien is dat het oorspronkelijke idee iets afweek van de uiteindelijke uitvoering. Van links naar rechts: kleed, lamp, loofhut (poort), leeuw, engel, Christusraam, lam, Christusraam, os, arend, visch, duif en klimop.
Op 22 juli 1939 tekende dominee Boeke dit ontwerp, naar aanleiding van een bezoek van Ferdinand Jantzen drie dagen eerder. Te zien is dat het oorspronkelijke idee iets afweek van de uiteindelijke uitvoering. Van links naar rechts: kleed, lamp, loofhut (poort), leeuw, engel, Christusraam, lam, Christusraam, os, arend, visch, duif en klimop.

Elk venster heeft zijn eigen plaats en betekenis, maar er is een eenheid in de boodschap van ‘de zegevierende uitkomst in Christus, die God door zijn genade aan de kerk in het vooruitzicht heeft gesteld’. De drie eigenlijke Christusramen, boven de kansel en links en rechts in het midden, zijn dan ook de belangrijkste ramen. Zij zijn geplaatst aan de eindpunten van het kruis, dat in de kerk te trekken is. Het raam met het overwinnende Lam Gods voert als het ware de andere twaalf vensters als zijn discipelen aan. Ook de verwijzing naar de Drie-eenheid keert terug, bijvoorbeeld in het raam met de rots en in dat met de vuurtoren. Van de kansel af links staan de vensters in het teken van ‘de aardse heerlijkheid, voortvloeiend uit de doop’ (gesymboliseerd door het water en de harde bodem). Van de kansel af rechts staan de vensters in het teken van ‘de hemelse heerlijkheid, waartoe men komt door de avondmaalsgemeenschap’ (gesymboliseerd door licht en vuur; en de opeenvolging: morgenster, maan, regenboog, open hemel en volle zon).

Tijdens de restauratie van 2002 is het glas van de dertien vensters uit de oude sponning verwijderd. Het raamhout bleek voor een groot deel verrot te zijn en het was nodig de glazen opnieuw te zetten. Dit diende uiterst zorgvuldig te gebeuren omdat het oorspronkelijke glas bewaard moest blijven. Dit glas, antiekglas, is gebrand met bruine en zwarte grisaille (brandverf) en de overige kleuren in emailverf. Het goud is ingebrand zilvergeel.

De tekst bij de vensters is grotendeels afkomstig uit de publicatie Krommeniedijk en zijn kerk van dominee Boeke. De passages in cursief zijn afkomstig uit de liturgie van de dienst die dominee Boeke (als gastpredikant) op zondag 29 juni 1980 verzorgde.

De Christusramen

Het Overwinnende Lam Gods met de kruisvaan

(Foto van Marcel Pelt)
(Foto van Marcel Pelt)

Het lam is het offerdier bij uitstek en daarom reeds in de vroegchristelijke traditie het symbool van Christus die zichzelf voor de mensheid opofferde, met als prefiguratie het offer van Izaak. ‘Ziehier het Lam Gods’ (‘Ecce Agnus Dei’), zei Johannes de Doper over Jezus.

Het triomferende paaslam met een vaandel is een symbool van de Opstanding. Het Lam opent eens het Boek des Levens en troont boven de wereld. Een lange golvende witte vlag met een rood kruis daarop is het christelijke symbool van de overwinning op de dood, de Banier van de Opstanding. Dit symbool is afgeleid van het visioen van Constantijn de Grote, die de adelaar op de Romeinse standaard verving door een kruisvormig embleem. De Banier wordt meestal vastgehouden door Christus of door het Lam Gods.

Alfa en omega zijn de eerste en laatste letter van het Griekse alfabet en staan symbool voor God als het begin en het einde van de kosmos. Deze letters werden veel gebruikt ter versiering van christelijke graven, om aan te duiden dat de begravene in God zijn begin en zijn einddoel gezien had.

‘Een lam is een dier, dat wel gedragen wordt. Dit ervaren wij in het dorp Krommeniedijk. Maar sterk geworden helpt het ons met zijn vacht, om dit koude heelal te verdragen, door warmte door te geven.’

De Kracht, die Christus op aarde is: de rots der eeuwen waaruit het water vloeit. De hand is het handelen van God

(Foto van Marcel Pelt)
(Foto van Marcel Pelt)

Gods hand heeft alles geschapen, is sterk, kastijdt en zegent. De stroom van water stelt de levenwekkende Geest voor, vloeit uit de rots over de aarde. ‘Het water’, zegt Christus, ‘dat Ik geven zal, zal in den gelovige worden tot een fontein, springende tot in het eeuwige Leven’. Wie daarvan drinkt, zal niet meer dorsten.

De rots draagt het Christusmonogram: IHS = JES. Het zijn ook de beginletters van de Latijnse spreuk: ‘In dit teken zult gij overwinnen’; die woorden zag keizer Constantijn voor zich, voor zijn beslissende strijd, waardoor het christendom een erkende godsdienst werd.

De achthoekigheid van de rots wijst naar de doop. Want in zeven dagen schiep God hemel en aarde. Het getal acht is dus het getal van de herschepping, van het nieuwe begin der eeuwigheid. Christus is de rots, waaruit de levensstroom vloeit. Hij is het Fundament, waarop Apostelen en de Kerk voortbouwen.

‘Uit de harde strijd om het bestaan in dit dorp ontspringt ineens een frisse stroom van initiatieven bij deze feestviering, zoals water uit een rots tevoorschijn komt. Mozes en Jezus hebben hiervan voorbeelden gegeven.’

(Foto van Marcel Pelt)
(Foto van Marcel Pelt)

De Troon van de Koning der Heerlijkheid stelt Christus’ glorie in de hemel voor. Hijzelf wordt op deze ramen niet afgebeeld. Wel het Boek des Levens, (met de tekens van geloof, hoop en liefde), waarin Hij de namen van de gelovigen heeft aangetekend. Hij zal dat aan het eind der tijden openen. Links: het kruisanker van hoop en verwachting. Rechts: de afkorting van de naam (X = ch., P = r), dus het Christusmonogram van het geloof, van de vervulling. Boven: de kroon des Levens. Op aarde is dit een doornenkroon, in de hemel de stralende krans der liefde, die het alles bekroont.

Het kleed over de troon betekent: de wereld is een weefsel, waarvan wij hier beneden maar de achterkant zien. God alleen kent het hemels patroon ervan. Ook toen Jezus Zijn intocht deed in Jeruzalem, spreidde men klederen op de weg. En de regenboog als kleurenkrans betekent de openbaar wording van het Hemelse Licht.

‘Zon en regen over het land bepalen de sfeer in het dorp Krommeniedijk. De lichtboog van het Leven, dat stralend overwint, welft zich over de troon van de Koning der heerlijkheid, die zich door geloof, hoop en liefde openbaart in natuur en samenleving.’

De evangelistenramen

De vier hoekvensters zijn voorzien met de evangelistensymbolen: de stier van Lucas, de engel van Mattheüs, de leeuw van Marcus en de adelaar van Johannes. In het Oude Testament staat geschreven dat de profeet Ezechiël een visioen had van een stormwind waaruit de gelijkenis van vier dieren kwam: ‘De gelijkenis nu van hun aangezicht was het aangezicht van een mens, en het aangezicht van een leeuw hadden die vier aan de rechterzijde; en ter linkerzijde hadden die vier het aangezicht van een os; ook hadden die vier het aangezicht van een arend’ en Johannes ziet in zijn Openbaring dezelfde dieren om de troon van God. De viervormige gestalte waar beiden over spreken wordt de tetramorf (vier-vorm) genoemd. Later is deze tetramorf als symbool gaan gelden voor de eenheid van de vier evangelisten, en staan de dieren afzonderlijk weer symbool voor Christus, die geboren (mens) werd, zich offerde (stier), verrees (leeuw) en ten hemel opsteeg (adelaar).

De Engel van de evangelist Mattheüs

(Foto van Marcel Pelt)
(Foto van Marcel Pelt)

De Engel stelt de evangelist Mattheüs voor, een qua uiterlijk menselijk wezen. Dat is omdat Mattheüs begonnen is Christus naar zijn menselijke natuur te beschrijven, in een stamboom: dat is die boekrol in zijn hand. De avondster herinnert aan de Wijzen uit het Oosten, die na de geboorte van Christus kwamen. Deze geboorte werd tevens aangekondigd door een engel.

‘De geschiedenis van dit dorp verwijst ons naar de oorsprong van het Christusleven, voortgekomen uit radikale figuren van vroeger eeuwen, zoals de Engel door het Mattheüs Evangelie, de boekrol met de stamboom daarvan opent.’

Het Gevleugelde Rund van de evangelist Lukas

(Foto van Marcel Pelt)
(Foto van Marcel Pelt)

Tevens is dit offerdier een symbool van de kruisiging van Christus. Vandaar ook het kruisteken in de hoek. Lucas heeft de offerstier als symbool omdat hij in het begin van zijn boodschap het offer van de priester Zacharias noemt.

‘Het vee in de weiden om dit dorp toont voortdurend geduld en roept op tot dagelijkse inzet, zoals het rund als symbool van het Lucas Evangelie ons herinnert aan het offer van het kruis, dat tot heil strekt.’

De Gevleugelde Leeuw van de evangelist Marcus

(Foto van Marcel Pelt)
(Foto van Marcel Pelt)

De Gevleugelde Leeuw stelt de evangelist Marcus voor. Dit verwijst naar de opstanding van Christus: ‘de Leeuw, die uit de stam van Juda is, heeft overwonnen’. In de middeleeuwen werd bovendien geleerd, dat de leeuw zijn doodgeboren jongen op de derde dag door zijn brullen weer tot leven wekte. De open muil met de lekkende tong betekent: ‘de dood is verslonden tot overwinning’. De morgenster verwijst eveneens naar de verrezen Christus, die ook wel: ‘de blinkende Morgenster’ wordt genoemd.

Marcus heeft de leeuw als symbool omdat zijn evangelie begint met ‘de stem van de roepende in de woestijn’; de leeuw als woestijndier is als Johannes de Doper. Het wezen staat tevens symbool voor goddelijk daadkracht.

‘De overmacht van het gebied, waarin dit dorp vroeger lag, blijkt uit de leeuw in zijn wapen; naar de figuur, die ook de overwinning aanduidt van de Christuskracht over bedreigende machten, waarvan het Marcus Evangelie spreekt.’

De Arend van de evangelist Johannes

(Foto van Marcel Pelt)
(Foto van Marcel Pelt)

De Adelaar die de zon tegemoet vliegt stelt de Evangelist Johannes voor. Hij gaat zich afzetten van de rotstoppen (die de harde, onherbergzame wereld symboliseren), maar ook van de hoogte, waarvan de Hemelvaart moet inzetten. Dit is een zinnebeeld van de Hemelvaart van Christus. In staatswapens komt de adelaar voor als beeld van trots en gericht. In de middeleeuwen vertelde men, dat de arend zijn jongen de zon tegemoet hield. De jongen die het zonlicht verdroegen worden opgevoed; de anderen worden uit het nest geworpen. Johannes heeft de adelaar als symbool omdat zijn evangelie het meest spiritueel, dus het meest op de hogere gedachtegang, gericht is. De vogel is het symbool van de goddelijke geest (pneuma) die de kerk doordringt.

In de oudheid symboliseerde de adelaar macht en overwinning. Wanneer bij de Romeinen een keizer na zijn dood als god erkend werd liet men tijdens de ceremonie een adelaar vrij. De vogel zou de ziel van de keizer naar de hemel dragen. Dit doet denken aan Ganymedes die door de adelaar van Jupiter naar de Olympus werd gevoerd.

‘Zoals een jongen van dit dorp klom naar het ooievaarsnest op dit kerkdak, worden wij op onze hachelijke levenstocht op arendsvleugelen gedragen, welke verhoging in het Johannes Evangelie uitkomt.’

De overige vensters

De Verkenners keren uit het beloofde land terug naar hun volk in de woestijn met een geweldige druiventros.

(Foto van Marcel Pelt)
(Foto van Marcel Pelt)

Zij hebben het Nieuwe Leven in beginsel veroverd en brengen een voorsmaak van de toekomstige heerlijkheid mee. De druiven duiden op Christus, want Zijn bloed vloeit als rode wijn, en de druiventros wordt afgesneden en aan het hout gehangen. De rivier (de Jordaan) en de bergtoppen van het ‘land van melk en honing’ liggen achter hen. De wolkkolom (links), – ’s nachts een vuurkolom – is het beeld van, hoe God Zijn volk voorafgaat. De verkenners met de druif zijn een prefiguratie van de kruisdraging.

‘Wij zijn op weg gegaan van al onze verworvenheden naar dit eenvoudige dorp, geleid door een wolk van getuigen, zoals de verkenners van het oude land grenzend aan het water met zijn huizen en tuinen, kostbare vondsten meevoerden.’

Het Kruis als Levensboom dat het Kwaad overwint

(Foto van Marcel Pelt)
(Foto van Marcel Pelt)

De loten aan de uiteinden van het kruis, dat op de wereld is geplant, stellen het ontspruiten van het Eeuwige Leven voor, gewonnen aan dit ‘hout des doods’. De slang is het Kwaad die de mens verleidde om van de Boom der Kennis te eten. Maar door de genade en het lijden, en het bevrijden van Christus zullen de gelovigen van de Boom des Levens mogen eten .

‘De bomen om deze kerk, in moeilijke tijden voor brandstof gekapt, zijn een beeld van het kruis als levensboom, waarvan het eeuwigheidsleven van het Godsrijk ontspruit.’

In het schip van de kerk van Christus worden de omhoog gehaalde zielen door de nacht van de wereld naar de vaste kust gebracht, waar het eeuwige licht brandt

(Foto van Marcel Pelt)
(Foto van Marcel Pelt)

De Kerk – voorgesteld door een schip; vroeger vaak een ark – werpt haar net uit in de afgrond en vist de verlorenen op. Zij vaart naar de eeuwigheid. De lichttoren is een symbool van het nieuwe leven der Opstanding. De drie verdiepingen wijzen op de spontane verrijzenis uit de dood. Door de hemelpoorten zal het rechtvaardig volk ingaan. De toren van Babel kwam niet af, maar op deze toren brandt het vuur van de Heiligen Geest. God heet een ‘Toevlucht en een toren’ .

‘Krommeniedijkers trokken ter walvisvaart, weefden zeilen, voeren uit om vis. Het vaartuig hier boven moedigt ons aan, telkens opnieuw uit te gaan varen. Gelukkig brandt er een licht aan de kust. Zo is de Eeuwige een toevlucht en een toorn.’

De Drie mannen wier geloof in de vurige oven is beproefd worden door de engel ten hemel geroepen

(Foto van Marcel Pelt)
(Foto van Marcel Pelt)

De profeet Daniel vertelt van de drie getrouwen, die door Nebukadnezar in de vurige oven werden geworpen, maar ongedeerd bleven. Een vierde, een ‘godenzoon’ beschermde hen. Nu wenkt hun Bewaarder hen uit die hel naar boven. Zij zullen de weg omhoog bestijgen, zoals Jakob eens de hemelladder zag opgericht. De ladder reikt echter niet tot in de hemel, want slechts door de goddelijke wenk en genade kunnen zij daarin worden opgenomen. De drie mannen houden de hand zegenend opgeheven.

‘Achter dit dorp loopt de Vuurlijn, waarvoor veel materiaal werd aangevoerd. Aan mannen, gelouterd in de vurige oven van ’s werelds beproevingen wordt uitkomst beloofd door de profeet.’

De Genade van de Christelijke doop

(Foto van Marcel Pelt)
(Foto van Marcel Pelt)

Bij de schepping zweefde Gods Geest op de wateren. Na de zondvloed bracht de duif de olijftak als teken van nieuw leven en vrede. Toen Christus gedoopt werd, daalde de Heilige Geest in de gedaante van een duif neer en klonk Gods Woord: ‘Deze is mijn geliefde Zoon.’ De duif is het symbool van liefde en vrede, van de goede boodschap.

‘Duiven komen neer en nestelen bij woningen in dit dorp. Zo daalt Gods Geest met een twijg van nieuw leven en vrede bij de doop tot een toekomst, waarin andere schepselen worden.’

De Wonderbare spijziging door Christus in het Avondmaal

(Foto van Marcel Pelt)
(Foto van Marcel Pelt)

De schaal met broden en de wijnkelk is verbonden met het wonder van de vermenigvuldiging van broden en vissen. Tevens zei Christus: ‘Ik ben het Brood des Levens’. En ‘Ik ben de ware Wijnstok’. Na zijn opstanding hield Christus met zijn discipelen het morgenmaal met brood en vis. De vis is het wijdverbreide vroegchristelijke herkenningsteken. Het is het symbool van Christus: de naam ‘vis’ in het Grieks – de oorspronkelijke taal van het Nieuwe Testament – bestaat uit de beginletters van de woorden; ‘Jezus Christus Gods Zoon de Verlosser’. Hij is een wezen, dat uit donkere diepte aan het Licht gebracht, sterft, om tot hoger Leven te dienen.

‘Wij leven bij brood en beker in dit dorp, waar ook vis gevangen wordt. Dit danken wij als gemeente aan Hem, die zei: “Ik ben het brood des levens en de Ware Wijnstok” als ons geestelijk voedsel.’